Overzicht en bestrijding van kinderziektes
Kinderziektengids

Veel jonge kinderen hebben de neiging om alles wat ze kunnen pakken in de mond te steken. Daarbij kan het gebeuren dat ze een voorwerp inslikken. Meestal geeft dit geen problemen en wordt het ingeslikte voorwerp na een of enkele dagen gewoon weer uitgepoept. Wanneer u denkt dat het kind een sigaret of medicijnen heeft ingeslikt, waarschuw dan direct de huisarts!

Waar moet u op letten?

Ga eerst na welk voorwerp het kind heeft ingeslikt en wanneer dit gebeurd is. Een groot (langer dan 5 cm) of scherp voorwerp, een klein (knoop)batterijtje of twee of meer magneetjes kunnen problemen veroorzaken. Bij stompe en kleine voorwerpen, zoals munten, kunt u rustig afwachten. Deze worden meestal gewoon weer uitgepoept.

Houd het kind vooral de eerste drie dagen extra in de gaten en let op pijn, koorts, meer kwijlen dan normaal, slechter eten, problemen met slikken, overgeven, hoesten, piepende ademhaling, benauwdheid of een veranderd gedrag. Het ingeslikte voorwerp zou dan vast kunnen zitten in de slokdarm of de luchtpijp.

Welke medicijnen kunt u geven?

Er zijn geen medicijnen die ervoor zorgen dat het voorwerp sneller wordt uitgepoept. Ook het eten van ontbijtkoek of banaan helpt niet. Als het kind klaagt over pijn, geef dan geen paracetamol, maar waarschuw de huisarts.

Voorkomen is beter dan genezen!

Laat geen kleine voorwerpen slingeren als er kleine kinderen in de buurt zijn. Berg medicijnen, schoonmaakmiddelen en rookwaar altijd zorgvuldig op, buiten het bereik van kinderen.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met de huisarts bij:

  • een ingeslikt groot (langer dan 5 cm) of scherp voorwerp;
  • een ingeslikt (knoop)batterijtje;
  • twee of meer ingeslikte magneetjes.

Neem ook contact op met de huisarts als in de drie dagen na het inslikken sprake is van:

  • pijn;
  • koorts;
  • meer kwijlen dan normaal;
  • slechter eten;
  • problemen met slikken;
  • overgeven;
  • hoesten;
  • piepende ademhaling;
  • benauwdheid;
  • veranderd gedrag.